Waarom ik vraag “Wat probeer je te communiceren?”

Als mede-eigenaar van een galerie heb ik het speciale plezier om mensen te observeren die naar kunst kijken. Observeer de observator, als het ware. Als gevolg van deze herhaalde observaties viel mij iets vreemds op. De nogal strikte scheiding tussen hen die het “begrijpen” en onderdeel zijn van die wilde en vreemde wereld van de Kunst, en hen die daar geen onderdeel van zijn. Zij die geen onderdeel zijn van de Kunst kijken naar kunst en proberen het te begrijpen. De in-crowd is niet zo mijn ding, toegegeven het is een kleurrijk stel, maar zij zijn reeds bekeerd en ze komen zelden in een galerie om iets te kopen: meestal komen ze om te socializen, oude bekenden te ontmoeten en de wijn leegdrinken.

Ik ben geïnteresseerd in de mensen buiten de kunstwereld.

Als je een buitenstaander in een galerie ziet, dan vindt er een interessant proces plaats. Laten we dit proces volgen:

Stap één is het überhaupt binnen lopen van een galerie. Klaarblijkelijk is er een ontzettende kloof die voor elke galerie ligt. Een kloof die slechts overbrugt kan worden door hen die zichzelf waardig achten. Kunst ligt voor de meesten ver van het dagelijks leven af, en ik vermoed dat sommigen liever hun arm opgeven dan een galerie binnen lopen. Vreemd eigenlijk want dit is hetzelfde publiek dat er geen enkel probleem mee heeft om een museum te bezoeken gevuld met stoffige kunstwerken uit voorbije eeuwen.

Stap twee is het rondkijken in de galerie alsof je een nieuwe wereld bent betreden met de bijpassende licht verdwaasde blik. Als er informatie over de kunstenaar is zal men dit direct opnemen en vervolgens weer rondkijken. Opmerkingen worden gemaakt over de ruimte, over de eerste indruk en dan, zonder aarzeling gaan we naar stap drie.

Stap drie is het staan voor een kunstwerk en er naar staren, alsof het werk zijn diepe donkere geheimen zal gaan opgeven onder de kracht van de dwingende blik. De bezoeker probeert het werk te doorgronden, of, in sommige gevallen, überhaupt te begrijpen. Het heet “prelude van de lente”, maar ik zie roestend en gebogen metaal. Wat betekent dit? Als er een uitleg bij is zal men die opnemen en nog eens kijken, waarschijnlijk in de hoop dat het werk gaat spreken.

De vierde stap is vaak, na een herhaald toepassen van de derde stap de glazige blik. De bezoeker gooit de handdoek in de ring en stopt met elke poging om er nog iets van te begrijpen. Doelloos loopt hij rond en kijkt met enige regelmaat op de klok of probeert uit te vinden of er nog een kop koffie of een wijntje te krijgen is. Ergens tussen de derde en vierde stap zijn we de bezoeker verloren.

De vijfde en laatste stap is het haastig gepreveld “tot ziens”, het verlaten van de galerie en het gefluister aan vriend of partner dat kunst niet voor hem of haar is. En zo verliezen wij weer een potentiële fan, en winnen we een criticus.

Deze herhaaldelijke observatie deed me denken aan de ontwikkeling van de muziek in de vroege 20e eeuw. Na de ietwat zware composities van de 19e eeuw besloten componisten om “muziek vanwege muziek” te maken. Men ging experimenteren met toonschalen, atonale muziek en objecten gebruiken om muziek te maken. Het resultaat is bekend: het publiek rende weg van al dat exotische gedoe en dook massaal op Cole Porter en zijn gelijken, een componist waaraan elke moderne musicus nog dank verschuldigd is. Het dreef de klassieke muziek op de klippen. Componisten waren hun publiek vergeten, en het publiek beloonde hen daarvoor.

Is hetzelfde waar voor de kunstwereld? Is dit vreemde en bizarre universum te ver weg geraakt van het leven van het publiek? Dat is afhankelijk van het doel: als het doel van de kunstenaar is om het leven van de man op de straat te raken, dan is een teleurstelling wellicht het hoogste waar je op mag hopen.  Als het doel is om investeerders aan te trekken (Let wel: ik noem ze geen kunstliefhebbers), dan is het een andere zaak. Dat laatste is een kwestie van een goed marketingbeleid.

Gewone mensen gaan niet naar kunstbeurzen, ze bezoeken geen goed gemarkete events die de benaderbaarheid van kunst vieren. En eerlijk gezegd, wat de gemiddelde kunstenaar vindt van de maatschappij, gender of misstanden zal ze volkomen worst wezen. Waarom niet, vraag je, en dat is een terechte vraag.

In één woord: communicatie. Als je alle rompslomp er om heen weg haalt is elk kunstwerk een vorm van communicatie. De kunstenaar communiceert met de kijker. Je kunt het als kunstenaar nooit uit de weg gaan: je maakt iets dat anderen kunnen waarnemen. Zij zullen het dan gaan interpreteren en proberen te begrijpen. Het kunstwerk is de boodschap.

Om te communiceren zal een observator het moeten kunnen begrijpen. Dat is waar veel kunstenaars de plank volledig misslaan. Hun communicatie gaat volledig op in hoog-intellectuele en modieuze filosofie en metafysisch intellectualisme, wat de gemiddelde observator begrijpt als brabbelen. Maar als dat nu het doel van het kunstwerk is? Ah, mag ik het kunstwerk dan vergelijken met een vloertegel? Beiden zien er… interessant uit, en communiceren helemaal niets. Een er van is echter wel nuttig. In welke verbale diarree je het ook verpakt: als een kunstwerk faalt in de communicatie met de observator dan is het kunstwerk even relevant als een vloertegel.

Kijk bijvoorbeeld naar “Het vlot van de Medusa” van Géricault. Dit kunstwerk stuurde schokgolven door de maatschappij, of zo vertelt men. Het is geen magisch ding overigens: gewoon een heleboel doek met een dikke laag olieverf. Je kunt er een redelijke tent van maken. Het zelfde geldt voor “Liberté guidant le peuple” van Delacroix. Die laatste is een iets kleinere tent, maar toch. Echter, de makers waren heel effectief in het communiceren van hun ideeën naar de observator. Het publiek begreep het.

Dus. Nu weet je waarom ik zo vaak de vraag stel aan kunstenaars “wat probeer je te communiceren?” (en als ik het moet vragen, hoe goed ben je dan?)

Recent werd ik gevraagd welke kunstwerken ik dan relevant achtte voor de huidige tijd. Ik moest daar over nadenken, maar het antwoord staarde me in het gezicht: “die beslissing maakt ons nageslacht”. Kunstwerken die niet relevant worden geacht zullen uiteindelijk op de vuilnishopen van de geschiedenis eindigen, of wellicht in een rariteitenkabinet. Ik vertelde dat het was berekend dat er in de Nederlandse Gouden Eeuw ongeveer 5 miljoen kunstwerken zijn gemaakt in Nederland. Bestaan ze allemaal nog? Nee, veel zijn er verloren gegaan, niet als gevolg van oorlog of horden barbaren, maar gewoon omdat niemand de moeite nam om ze te bewaren.

Als een kunstwerk niets zegt, waarom zou je het dan bewaren?

contact me

I'm not around right now. But you can send me an email and I'll get back to you, asap.

Sending

©2018 R.P.N. Bekker All Rights Reserved

Log in with your credentials

Forgot your details?

Spring naar toolbar