Een persoonlijke ontmoeting met iets afstotelijks

Het was een bijzonder mooi gedeelte van Noord België, zelfs voor mijn vermoeide ogen. Majestueuze roze en oranje zonsondergangen over rotsige heuvels en mooie valleien zijn vrij normaal in dit gebied. De alomtegenwoordige Eerste Wereldoorlog was ongetwijfeld iets “onbeleefds” in het zuiden geweest voor de toenmalige inwoners.

Terwijl ik naar het adres van mijn gastheer reed was ik enigszins verbaasd. Genesteld op aan de rand van een steile klif stond een 18e eeuws statig landhuis in de Franse stijl, met perfect bijgehouden stijltuinen. De gastheer stond al bij de deur om mij te verwelkomen. Een deur waardoor een toeristenbus had kunnen rijden zonder een enkel probleem.

Terwijl ik rond liep door dit 18e eeuwse landhuis was ik verbijsterd over de copieuze hoeveelheden kunst in de kamers en hallen. Een groot, vroeg 20e eeuws jachtstuk, met Engelse ruiters en geestdriftige honden, hing onder de trap. Een formeel, doch zeer persoonlijk portret van Lodewijk XVI hing dreigend over de piano, klaarblijkelijk gegeven toen hij zelf het huis bezocht. Kleine sierlijke landschapjes, natuurlijk, in de dames salon, want we willen het de buren niet ongemakkelijk maken.

De collectie had alle kenmerken van een lange geschiedenis van actief verzamelen en incidentele aankopen. Een van de verzamelaars had een hang naar delicate landschapjes, terwijl een ander meer neigde naar galante portretten van vergeten dames en heren. Dat alles werd gedomineerd door epische werken geschilderd in brede stroken waarop alle activiteiten van de nobele landeigenaarsklasse op dramatische wijze werd vastgelegd.

De eigenaar gidste me door het gebouw, en stopte bij de stukken die hij interessant vond, terwijl hij jaartallen, toegeschreven of bevestigde kunstenaars oplepelde. Mij in het geheel niet de tijd gevend om kleur of compositie op te nemen. Iets in mijn achterhoofd had aangevangen te knagen.

Opeens zag ik het: de eigenaar sprak over zijn kunst alsof hij de inhoud van het keukenkastje op stond te lepelen. Er was geen moment waarin ik de woorden of de toon hoorde die je hoort zodra een verzamelaar je een favoriet stuk toont. Die lichte tederheid in de stem, de zorgvuldig gekozen woorden, de aarzeling in het doorlopen. We hebben het allemaal wel eens gezien. Het moment wanneer een kijker verliefd wordt op een werk en besluit dat het leven niet meer compleet is zonder dit kunstwerk in zijn of haar leven.

Ik volgde hem door de opulente 18e en 19e eeuwse ruimten, met vloten van kroonluchters die stil patrouilleerden  op de kalme oceanen van het plafond. Mijn gastheer was een indrukwekkende man, zelfs als hij in de zeventig was. Zijn zinnen afmetend en afsnijdend met de efficiëntie van een chirurg, en geen handbeweging meer makend dan absoluut noodzakelijk. Het kenmerk en zegel van de Nederlandse zakenman. No nonsens, en eerst de zaken bespreken, dan pas de prietpraat. Ik was zijn gast door onvermoede omstandigheden, en ik zag hem worstelen met de dagelijkse ditjes en datjes terwijl hij wist dat er geen geld van handen zou wisselen. In plaats van een perfect gekoelde witte wijn in een 19e eeuwse kristallen kelk bood hij me bier aan. In een blikje. Daarmee volledig voldoend aan mijn ideeën over hem.

Hoe had een man als dit zo’n collectie verworven? Waren er wellicht vergeten voorvaderen die een diepe en donkere interesse in de kunst hadden en zo hun eigen genetica hadden verraden?

Staande voor een bosgezichtje in Barbizon en terwijl hij er met een korte handbeweging naar wees onder het nomen van een schilder die een belletje deed rinkelen besloot ik mysterie op te lossen.

“Dit is erg indrukwekkend allemaal, en ik zie dat de kunst ook zorgvuldig opgehangen is in elke ruimte. Dat suggereert niet dat je het hebt laten doen, maar verraadt wel de hand van een kenner. Hoe heb je dit gedaan?”

Hij stond op slag stil en keek me aan met een blik met afgrijzen.

Na de langste 30 seconden ooit haalde hij zijn schouders op “Dit huis was ooit het eigendom van een Belgische adellijke familie. Ik heb het gekocht van de laatste nazaat, een oudere dame, en heb de familiecollectie er maar bij gekocht. Package deal.”

“Wacht, je bedoelt, je kocht het huis met alle kunst er in?”

“Jazeker”.

“Maar waarom heb je de kunst gekocht?”

“Ze boden het aan, en om al die troep te verhuizen kostte gewoon te veel. Het was pas later dat ik er achter kwam dat het nog wat waard was.”

Troep. Dat word moest ik even laten bezinken. Ik geef toe, mij bevielen een paar van de heuvellandschapjes in de gele salon niet zo, maar om al dit troep te nomen ging zelfs mij wat ver. De eigenaar gebaarde me weer te volgen.

“Je moet absoluut de stallen zien. Ik heb geen paarden natuurlijk, zou niet weten wat ik met die beesten zou moeten doen, maar ik heb alle materiaal die er bij hoort wel gekocht. Ik heb ze schoon laten maken, laten poetsen en opgehangen. Ziet er geweldig uit. Net alsof er paarden in de stallen staan”.

De rest van de rondleiding was in een staat van persoonlijke teleurstelling.

Kunst puur als decoratie, met alle emotionele waarde van een voorbijrijdende bus. Opeens had ik een beeld bij de term “nouveau riche”. Hij kocht uiteindelijk geen werk van mij, en dat was mij om het even. Kunst moet genoten worden, er moet van gehouden worden en voor gezorgd generaties lang. Kunst is geen afgebeelde weergave van een cijfer onder de streep van een Excelsheet.

contact me

I'm not around right now. But you can send me an email and I'll get back to you, asap.

Sending

©2018 R.P.N. Bekker All Rights Reserved

Log in with your credentials

Forgot your details?

Spring naar werkbalk