De kunst van mijn jeugd

Mijn eigen perceptie van kunst zal altijd gelinkt zijn aan mijn familie. De compleet verschillende smaak van mijn moeders en vaders familie kan niet meer “ont-mengd” worden in mijn geest.

De stille, bijna getemperde beelden van mijn moeders familie met de traditionele onderwerpen uit het leven van de visser, het dagelijkse leven van de stoere vissers die ik tot mijn familieleden reken. De bruinen en grijzen, die de schilderijen domineren, communiceren eigenlijk de hardheid en de onvergevendheid van het leven. Een kar met een mistroostig paard, schelpen verzamelend op het strand, die dan weer tot kalk gebrand worden. The bestuurder voorovergebogen in de wind, en mogelijk een lichte motregen. Een typisch Katwijkse vissersboot op zee, met verraderlijk kalme golven, in bruinen en groenen. De monumentale oude kerk veilig genesteld tussen de duinen. Een baken van hoop voor elk terugkerende visser. Een vissersvrouw die uitkijkt over de zee, ongetwijfeld nadenkend over het welzijn van haar familie, of, waarschijnlijker, de warme herinneringen aan haar echtgenoot die nu het uitzicht van de bodem van de oceaan ligt te bekijken.

De kunst bij mijn vaders familie was meer “land-gebaseerd”: geen vissersschepen, geen bedrukte onderwerpen, maar het zelfvertrouwen van vele voorvaderen die de wereld inkeken met een curieuze mix van beleefdheid en moedigheid. Rij na rij 19e eeuwse dames en heren in hun zondagse goed als signaal naar de kijker dat ze een leven hadden waarin ze zich dat konden veroorloven. De kunst van de middenklasse, vrome calvinisten die nooit wegliepen van een goede zakendeal.

De weinige landschappen daar spraken nooit van regen, wind of de mismoedigheid van de zee, maar van lente ochtenden of vroege zomers in de duinen. Het leven van zelfvertrouwen, en het rotsvaste  vertrouwen op de complete onbeweeglijkheid van geluk. Een incidenteel portret betimmerd met een plaquette waarin de heroïsche daden werden gememoreerd van een nu oudere heer geschilderd met enige zwaarte. Een oudere dame die op je neerkijkt met een serieuze en licht afkeurende blik alsof ze zeggen wil “wat heb jij voor de familie gedaan?”

Als je al de kunst van mijn jeugd in een zaal zou hangen zou de gemiddelde kunsthistoricus waarschijnlijk er langs rennen op zoek naar een meesterwerk. Meer vergeten mensen en plaatsen.

Voor mij en mijn familie waren ze echter niet vergeten, maar springlevend, en dat niet eens onder invloed van donkere Caribische magie. Mijn grootvader gebruikte de familieportretten om verhalen over de mensen erachter te vertellen. Voor mij, terwijl ik opgroeide was iemand die gestorven was in 1870 even springlevend als mijn ooms en tantes. Hun gezichten zijn mij even bekend als de gezichten van mijn eigen broer en zussen.

Het was veel later dat ik de visie ontwikkelde dat familieportretten slechts zinvol zijn als een aanknopingspunt vormen voor een corpus van familiegeschiedenis. Een soort van “Zie uw voorvaderen! En dit waren hunne daden….”-ding. Het is een oude traditie, en wellicht een beetje gek in de moderne wereld, maar omdat ik kom uit een cultuur die doordrenkt is van oude tradities zie ik er niks geks in.

Voor mij is de tegenstelling tussen het harde leven van de gewone man en de stijve bovenlip van de 19e eeuwse middenklasse voor eeuwig in mijn hart gegraveerd als mijn eerste introductie tot kunst. De grote musea van Europa waren nog ver in de toekomst terwijl ik door de kunstboeken van mijn grootvader bladerde of mijn eerste schilderijtjes aan de broer van mijn moeder toonde. Dat en de vele tekeningen, aquarellen, pentekeningen van familieleden die kunstenaars waren, of gewoon hobbyisten.

Heeft dit zijn weerslag op mijn eigen kunst? Op een bepaalde manier wel: als ik een portret moet schilderen dan zoek ik naar poses en uitdrukkingen, maar ik blijf terugkomen naar de beelden en verhalen die ik kende als kind. Ik vraag naar verhalen en anekdoten omdat ik iemand levend wil hebben in mijn hoofd. Ik schrijf ook de naam van de afgebeelde persoon met Oost-Indische inkt op het doek. Een laatste poging om te voorkomen dat dit portret niet in iemands kamer eindigt met het etiket “onbekende persoon”.

Tegelijkertijd, schilder ik niet de in mijn “thuisland” alomtegenwoordige beelden van “het leven der visscher” of de fameuze witte kerk van Katwijk. Niet omdat ik het niet kan: de eeuwig aanwezige schelpenvissers, kerk en schepen zijn te zien in bijna elk huis daar. Echter, ik denk dat ik er ook wat ongevoelig voor ben geworden. Ik geniet er nog van als een herinnering aan thuis, maar niet op de manier die me aanspoort om een eigen versie er van te maken. Misschien ooit. Maar voor mij, terwijl ik opgroeide, waren de verhalen over het harde leven en het  verlies soms ook wel heel erg echt.

contact me

I'm not around right now. But you can send me an email and I'll get back to you, asap.

Sending

©2018 R.P.N. Bekker All Rights Reserved

Log in with your credentials

Forgot your details?